Posts tonen met het label de mens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de mens. Alle posts tonen

donderdag 19 april 2012

Man en vrouw geschapen naar Gods beeld

Man en vrouw geschapen naar Gods beeld


En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem;
mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen (Genesis 1:27)


De mens is geschapen naar Gods beeld, zowel de man als de vrouw. Dat is een uitermate belangrijke fundering om te begrijpen wat het betekent om mens te zijn, en in het bijzonder wat het betekent om mens als man en vrouw te zijn. Genesis leert ons: mensen, zowel mannen als vrouwen, zijn compleet anders dan alle andere schepselen omdat alleen mensen geschapen zijn naar het beeld en de gelijkenis van God. Maar het feit dat God ons naar zijn beeld geschapen heeft als man en vrouw betekent ook heel wat. Het veronderstelt namelijk: gelijkheid van mens-zijn, gelijkheid van waardigheid, wederzijds respect, harmonie, elkaar aanvullen en eenzelfde bestemming.


Gelijkheid van mens-zijn betekent dat een man niet minder mens is dan een vrouw omdat hij haar op zijn borst heeft, als een gorilla, en dat een vrouw niet minder mens is omdat zij geen haar op haar borst heeft, zoals een vis. Ze zijn gelijk in hun mens-zijn en hun verschillen veranderen deze basis-waarheid niet.


Gelijkheid van waardigheid betekent dat ze beiden gelijk geëerd behoren te worden als mensen naar het beeld van God. Petrus zegt (in 1 Petrus 2:17), ‘Houd iedereen in ere’, dat wil zeggen: alle mensen. Er is een eer die mensen toekomt om de eenvoudige reden dat ze mensen zijn. Er is zelfs een eer die we moeten bewijzen aan de meest verachtelijke crimineel, enkel maar omdat zo iemand een mens is en geen hond. En die eer is voor mannen en vrouwen hetzelfde.


Wederzijds respect betekent dat mannen en vrouwen even ijverig zouden moeten zijn om elkaar te respecteren en te eren. Respect zou nooit slechts in één richting moeten stromen. Geschapen naar Gods beeld als we zijn, zouden mannen en vrouwen naar elkaar moeten kijken met een soort van ontzag dat wordt getemperd, maar niet vernietigd door de zonde.


Harmonie betekent dat er vredige samenwerking zou moeten zijn tussen mannen en vrouwen. We zouden manieren moeten zoeken om de raderen van onze relaties te smeren, zodat er teamwork kan zijn en binding en wederzijdse hulpvaardigheid en vreugde.


Elkaar aanvullen betekent dat de muziek van onze relaties niet voornamelijk eenstemmig zou moeten klinken. Het zou het samenspel moeten zijn van het geluid van sopraan en bas, alt en tenor. Het betekent dat de verschillen van man en vrouw gerespecteerd worden en bevestigd en gewaardeerd. Het betekent dat mannen en vrouwen niet zullen proberen elkaar te kopiëren, maar in elkaar de unieke kwaliteiten zullen benadrukken die tot wederzijdse verrijking zullen leiden.


Tenslotte, eenzelfde bestemming betekent dat man en vrouw, als ze tot geloof in Christus komen, ‘mede-erfgenamen van de genade van het eeuwige leven’ zijn (1 Petrus 3:7). We zijn bestemd voor eenzelfde genieten van de openbaring van de heerlijkheid van God in de komende eeuw.


Dus met het scheppen van mensen als mannelijk en vrouwelijk naar zijn beeld, had God iets schitterends in gedachten. Dat heeft hij nog steeds in gedachten. En in Jezus Christus wil Hij deze visie verlossen van de ravage van de zonde.

zondag 19 juni 2011

De mens, de Kroon der Schepping God's!



De mens, de Kroon der Schepping God's!
U doet hem heersen over al d' Werken van Uw Handen,
alles gaf U aan hem, ook de dieren in de landen!
De vogels van de hemel en de vissen in de zee,
alles wat daar zwemt en rond kruipt, benevens alle vee!

Dit gaf U allemaal aan de mens,
dat was wel Uw Aller-Grootste Wens!

O Here, Onze Here, Duizendmalen Dank,
Uw Naam is Heerlijk op de Aard' en heeft dé Grootste Klank!


@Schrijver: onbekend

Genesis 2:4-25





De tuin van Eden


4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.


In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte, 5 groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; 6 wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. 


7 Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.


8 God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. 9 Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad.


10 Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen. 11 Een daarvan is de Pison; die stroomt om heel Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. 12 (Het goud van dat land is uitstekend, en er is daar ook balsemhars en onyx.) 13 De tweede rivier heet Gichon; die stroomt om heel Nubië heen. 14 De derde rivier heet Tigris; die loopt ten oosten van Assyrië. De vierde ten slotte is de Eufraat.


15 God, de HEER, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. 16 Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, 17 maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’


18 God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. 19 Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. 20 De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste. 


21 Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. 22 Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. 23 Toen riep de mens uit:
‘Eindelijk een gelijk aan mij,
mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees,
een die zal heten: vrouw,
een uit een man gebouwd.’


24 Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.
25 Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

Er is Hoop





 Je worst hartstochtelijk bemind door de Almachtige God

Je wordt hartstochtelijke gehaat door zijn vijand

De tijd van herstel is nu.
Er is iemand die groter is dan je vijand. 
Iemand die naar je op zoek is 
sinds het begin van de geschiedenis,
sinds het begin van de schepping.

Hij is gekomen om je gebroken hart te genezen
Je ziel te herstellen
Laten we nu op Hem richten.



De mens, de kroon op al Gods werken





De mens, de kroon op al Gods werken
Was eenzaam in het paradijs
Totdat een vrouw hem kwam versterken -
ook mensen schiep God paarsgewijs.

Als man en vrouw zijn wij geschapen.
Een koning en een koningin
Elkaar tot schild, elkaar tot wapen,
Tezamen een, een nieuw gezin.

Zoals de Heer zijn bruid beminde,
Zich voor haar gaf tot in de dood.
Zo wil Hij man en vrouw verbinden:
Voorgoed elkanders deelgenoot.

@Schrijver: onbekend

De mens, de kroon der schepping Gods




Psalm 8

De mens, de kroon der schepping Gods

Een psalm van David.

 O HERE, onze Here,
 hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde,
 Gij, die uw majesteit toont aan de hemel.
 Uit de mond van kinderen en zuigelingen
 hebt Gij sterkte gegrondvest, uw tegenstanders ten spijt,
 om vijand en wraakgierige te doen verstommen.
 Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers,
 de maan en de sterren, die Gij bereid hebt:
 wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt,
 en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?
 Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt,
 en hem met heerlijkheid en luister gekroond.
 Gij doet hem heersen over de werken uwer handen,
 alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd:
 schapen en runderen altegader
 en ook de dieren des velds,
 de vogelen des hemels en de vissen der zee,
 hetgeen de paden der zeeën doorkruist.
 O HERE, onze Here,
 hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde.

 NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap